zaterdag 29 oktober 2016

Monument der wachtende

In de les Beeldende vorming zijn we bezig geweest met wachtende mensen.
We hielden ons deze les vooral bezig met de volgende vragen:

Hoe ziet iemand eruit als die wacht?
Waar wachten mensen op?
Hoe herken je of iemand aan het wachten is?

We bekeken in deze les de wachthouding van mensen. Dit is vaak een passieve houding, onderuit gezakt, lage schouders, rug gebogen enzovoorts. 

De les had als doel om te kijken naar de houding van een mens en dit zo realistisch mogelijk na te maken in een figuur van klei. 

Deze les stond in het teken van boetseren. Als voorbereiding hebben alle kinderen wachtende mensen bekeken. 


En dit is het resultaat van mijn boetseer werkstuk:

Ik vond het boetseren lastiger dan ik had verwacht. Je gebruikt de klei snel te onvoorzichtig en dan breekt het. Ook wordt de klei snel droog door de warmte van je handen.
Voor ik hier les in ga geven moet ik zelf nog wel even oefenen!


Liefs, 

Lisanne 

woensdag 26 oktober 2016

Liedje aanleren 'M'n tantes bloes'

Inleiding 
Om te beginnen wil ik dat de kinderen in een kring gaan zitten. Ik vind dit een leuke ontspannen opstelling. Ook hebben de kinderen op deze manier geen afleiding van spullen in hun kastje.

Het liedje dat ik de kinderen aan ga leren gaat over kleding. Als inleiding van deze muziekles wil ik dat de kinderen zo veel mogelijke verschillende kledingstukken op noemen. We maken hier gezamenlijk een woordspin van op het bord.
Nadat de kinderen verschillende kledingstukken hebben bedacht, teken ik acht muzieknoten op het bord. Alle noten zijn één tel lang.
Ik vertel de kinderen dat ik zo een ritme ga klappen, het ritme duurt acht tellen. Over de acht tellen gaan we de kledingstukken verdelen. We doen dit door de kledingstukken op te delen in lettergrepen.
We beginnen makkelijk, en we bouwen de moeilijkheid steeds verder op. Dit doen we door bijvoorbeeld meer kledingstukken in acht tellen te verdelen, of door de klas in te delen in twee of meer groepen. De groepen hebben allemaal een ander kledingstuk op dezelfde tel. Hierdoor ontstaat er een vervlechting van ritmes.
Dit lijkt me erg leuk om met de kinderen uit te proberen. De nadruk ligt bij deze oefeningen op het leren van een ritme en het leren van concentratie. De kinderen gaan leren op hun eigen zang te letten.

Hieronder een voorbeeld van een mogelijke opbouw:

Begin makkelijk. 

Voeg steeds meer kleding stukken toe
Verdeel de las in twee groepen en laat twee ritmes tegelijkertijd beginnen



Aanleerfase 
Na de inleiding van de les gaat de focus naar het liedje dat ik de kinderen wil aanleren. Dit is het liedje M'n tantes bloes uit Eigenwijs. Het lied wil ik aan de kinderen leren door middel van de weggeef techniek. Ik kies voor deze techniek omdat ik wil dat de kinderen snappen dat een liedje één geheel is. Wanneer de kinderen mij na-zingen raakt het ritme in de war. Er is hierdoor geen structuur en de kinderen zullen de tekst minder snel onthouden. Ook weet ik uit eigen ervaring dat een muziekles dan heel saai en lang wordt. Wanneer je als kind zelf bezig bent en het liedje vaak hoort is er veel meer energie in de les.
Ik vraag aan de kinderen of iemand het liedje al kent.
Hierna zing ik het eerste couplet van het liedje voor. De focus van deze les ligt op het eerste couplet. Ik bekijk hoe snel de kinderen het lied aanleren. Ook bekijk ik de tijd en de muzikale beginsituatie van de klas.
Ik zing eerste het couplet voor. Na mijn voorzingen zet ik de tekst van het couplet op het bord. Ik vraag aan de kinderen of ze de eerste regel mee willen zingen en de laatste regel.
Ik zing het couplet opnieuw en de kinderen zingen mee. Dit doen we twee keer. De eerste keer staat alle tekst op het bord, bij de tweede keer veeg ik de eerste en de laatste zin weg.
Zo ga ik verder met de kinderen. Steeds vraag ik of de kinderen er een regel bij willen zingen, ik zing deze regel dan niet meer. Ik blijf de regels wegvegen tot de kinderen het lied helemaal zelf kunnen zingen.
In eerste instantie wil ik de kinderen alleen het eerste couplet leren. Wanneer dit erg snel gaat leer ik ze op dezelfde manier couplet twee en zelfs mogelijk couplet drie.

En ik moet  je wat vertellen van m’n tante d’r bloes
die is gekrompen met 4 maten dat is niet voor de poes
‘t gebeurde in de wasserette ’t is maar dat je het weet
eeuwig zonde maar ook logisch want het water was te heet
nu hangt ‘ie zielig in een hoekie
aan een hangertje naast een broekie in de kast,
O yeah!
Ze heeft een nieuwe installatie maar er is altijd mot
moet je horen wat ze uitspookt man je lacht je kapot
ze stopt de pluggen van de boxen in het stopcontact
en verbaast zich telkens dat zo’n ding dan uit elkaar klapt
ze heeft een tweede paar verspeeld
nu komt de derde kun je lachen let maar op
Kaboem!
Ja m’n tante is een rare dat staat nu wel vast
ze heeft een zoontje die haar auto elke dag bekrast
daar zegt ze niets van maar owee wat is er nu gebeurd
ze heeft die arme jongen gister van de trap ge..
hij had een schuine mop verteld
nu is hij door zijn moe geveld
je staat versteld
Oh yeah!

Verwerking
Wanneer de kinderen de eerste twee coupletten beheersen wil ik hen laten zien dat we de begin opdracht niet voor niks hebben gedaan. Ik wil de kinderen leren wat canon zingen is.Voor ik uitleg geef laat ik de kinderen het volgende filmpje zien:


Ik vraag aan de kinderen wat hen opvalt aan het filmpje.
Na enige nadenk- en overlegtijd vertel ik de kinderen dat deze meneer canon zingt. Canon zingen doe je nooit alleen. Bij een canon begint één iemand of één groepje gewoon bij het begin van een liedje, ze zingen het hele liedje gewoon af. Maar op een afgesproken moment valt een ander persoon of een ander groepje in door hetzelfde liedje ook vanaf het begin te zingen.
Wanneer duidelijk is voor de kinderen wat een canon is, wil ik dit gaan proberen. De kinderen zingen het lied. Ik val na het eerste couplet in. Na dit voorbeeld verdeel ik de groep in twee. Ik geef aan wanneer elke groep moet beginnen met zingen. Wanneer dit goed gaat maak ik de groepjes steeds kleiner.

Afsluiting 
Als afsluiting wil ik de kinderen laten bewegen op muziek. We gaan met de klas danspasjes bedenken op de tekst van het liedje. Bij deze opdracht laat ik de kinderen goed luisteren naar de tekst en het ritme van de muziek. Ik vraag aan de kinderen wie een danspasje weet en deze plaatsen we op de muziek. We zingen het liedje steeds opnieuw en voegen steeds een danspasje toe.
Doordat het liedje nu aangeleerd is, er een zangtechniek is aangeleerd en bewegingen op muziek zijn behandeld, zullen de kinderen de les sneller onthouden. Dit omdat er veel variatie is en omdat de kinderen actief hebben mee moeten doen.


Mijn ingezongen liedje




Feedback
Een klasgenote heeft deze opdracht bekeken. Zij zegt dat ik duidelijk maak waarom ik elke stap van mijn les uitvoer. Dit wordt duidelijk aan de kinderen. Ook zegt zij dat dat ik de opdracht goed tot in details heb uitgewerkt zodat het niet saai wordt.
Daarnaast vind zij het gekozen filmpje bij de uitleg van de canon erg grappig en duidelijk gekozen.

(Feedback aan docent is gevraagd alleen nog niet ontvangen.)

Liefs,

Lisanne

dinsdag 25 oktober 2016

Luisteropdracht The Syncopated Clock

Verdieping op het muziekstuk
Voor de luister opdracht die ik ga geven heb gekozen voor 'The syncopated clock' van Leroy Anderson. Het muziekstuk is geschreven tijdens de tweede wereldoorlog door Leroy Anderson.
Leroy Anderson staat bekend door het componeren en spelen van lichte muziekstukken. Dit waren de muziekstukken die in zijn tijd erg werden gewaardeerd.

Het stuk 'The syncopated clock' gaat over een klok met een afwijkend ritme. Dit is te horen in het stuk. Het gehele stuk zijn er geluiden van verschillende klokken met verschillende ritme hoorbaar.

Wanneer ik dit lied laat luisteren in mijn stageklas stel ik vragen aan de hand van het KVB-model. Het KVB-model: klank, vorm, betekenis model, geeft goed inzicht van een muziek stuk op verschillende fronten.

De luistervragen
De eerste twee vragen die ik aan mijn stageklas ga stellen hebben te maken met klank.

1. Ik laat jullie zo een muziekstuk horen. Ik wil graag dat jullie goed luisteren naar of er verschillen zijn in klank. Klankeigenschappen zijn bijvoorbeeld hard-zacht, hoog-laag, lang-kort..Etc. Straks zet ik het muziekstuk aan en wil ik dat jullie letten op verschillen in harde en zachte muziek en op verschillen en snelheid. 

(mogelijk antwoord: Je hoort verschillen in lange en korte tonen. Het liedje begint zacht en wordt op gegeven moment steeds harder. Ook worden de klanken hoger en dan weer lager. )

2. Hoor je verschillende instrumenten? Zo ja, wat voor instrumenten hoor je? Zijn er instrumenten die je niet kent of vreemd vindt?

(mogelijk antwoord: Je hoort vooral strijkinstrumenten. Zoals de cello, de viool enzovoorts. Ook hoor je een klok. De klok vind ik een vreemd instrument. De klok wordt waarschijnlijk nagedaan door een slaginstrument. (Dit slaginstrument heet het klokkenspel)) 

De derde en vierde vraag die ik aan mijn stageklas ga stellen hebben te maken met vorm.

3. Dit muziekstuk is op een bepaalde manier opgebouwd. Je hoort bijvoorbeeld herhalingen van verschillende stukjes muziek. Ik laat jullie zo één stukje horen (seconde 4 tot en met 7)en ik wil dat jullie tellen of opschrijven hoe vaak dit stukje wordt herhaald. 

(Mogelijk antwoord: Dit stukje wordt samen met het beginstuk acht keer herhaald.)

4. Hoor je in dit muziekstuk variaties op het beginstukje? Zo ja, turf hoe vaak je deze variatie hoort. Een variatie is een kleine verandering, bijvoorbeeld iets hoger of iets langer... 

(Mogelijk antwoord: Ja, je hoort variatie. Gelijk na het beginstukje van de vorige opdracht krijg je dit stukje nogmaals maar met een kleine variatie aan het einde. Er worden meer tonen toegevoegd. Je hoort dit stukje drie keer.)

De vijfde, zesde en zevende vraag die ik aan mijn stageklas stel hebben te maken met de betekenis.

5. Als je dit muziekstuk een titel zou moeten geven, hoe zou het muziekstuk dan heten? Waarom noem je het muziekstuk zo?

(Mogelijk antwoord: De boze klok. Je hoort het hele liedje lang een klok tikken. Op gegeven moment worden de geluiden harder en klinkt het liedje een stuk bozer.)


6. Wat voor emoties roept dit muziekstuk bij jullie op? Maakt het je blij, boos, verdrietig, zenuwachtig? Waarom roept dit deze emotie bij je op? Waar komt dat door?

(Mogelijk antwoord: Dit liedje maakt me zenuwachtig. Dit komt door het getik van de klok. Het getik van de klok doet me denken aan mijn wekker thuis en die zorgt er altijd voor dat ik op tijd opsta. ) 

7. Doet dit muziek stuk je aan iets denken? Zo ja, waar denk je aan? 

(Mogelijk antwoord: Het liedje doet me denken aan de klok bij mijn oma thuis. Deze klok tikt ook altijd op deze manier en elk uur komt er ook een belletje uit. Dit belletje hoor je ook in het liedje.) 


Waarom stel ik deze vragen?
De vragen die ik stel heb ik bewust gekozen. De vragen moesten te maken hebben met het KVB model. Hiervoor werd als hulp de theorie uit het boek 'Muziek Meester' aanbevolen.
Na het lezen van hoofdstuk 3, het hoofdstuk over luisteren, heb ik inzicht gekregen in waar een goede vraag aan moet voldoen.
De vragen die ik stel zorgen ervoor dat alle kinderen actief mee moeten doen aan de les. Het zijn geen vragen waarin wordt gevraagd wat de kinderen al weten. Alle vragen motiveren tot luisteren en meedoen.
Bijvoorbeeld de vraag over herhalingen is voor alle kinderen haalbaar om te doen. Dit omdat ik het stukje vaak laat horen en het een makkelijk te herkennen stukje is. Het levert de kinderen hierdoor vaak een succeservaring op waarna de verdere opdrachten vaak leuker zijn voor de kinderen omdat zij gemotiveerd zijn.
Ook zijn alle vragen die ik stel open en dit spoort de leerlingen aan tot denken of tot luisteren. Ja en nee zijn geen goede antwoorden omdat alle vragen berust zijn op feiten en meningen die kunnen worden ontdekt door het luisteren.

Het muziekstuk 
https://www.youtube.com/watch?v=CrpdQngwk2g

(vanaf het begin tot 2:00 minuut)


Feedback:
Mijn muziek docent Nanda vindt mijn opdracht een goede opdracht voor de bovenbouw. Het lied past volgens haar goed bij de bovenbouw. Wel wees zij mij op de eerste vraag bij klank. Bij deze vraag was onduidelijk wat ik van de kinderen verwacht. Ik heb deze vraag verduidelijkt door toe te voegen dat ik vooral wil dat de kinderen letten op hard en zacht en de snelheid van het lied. 

Een klasgenoot van mij heeft deze opdracht bekeken. Zij vond het fragment erg goed gekozen. Ook zei ze dat ik het KVB model duidelijk naar voren laat komen in mijn vragen. Zij zegt dat de vragen die ik stel geschikt zijn voor de bovenbouw. 



Liefs,

Lisanne

maandag 17 oktober 2016

GLVF 'De Bozbezbozzel'


 1. Onderwijsdoel
Betekenis:
De opdracht van vandaag is het maken van een Bozbezbozzel. Dit is een fantasiedier. We maken dit dier van karton, zwart- en wit papier.

Door de rijke fantasie van kinderen is een fantasiedier bij elk kind wel bekend. Jonge kinderen tekenen vaak fantasiedieren. Maar hebben oudere kinderen ook nog een goed beeld van een niet bestaand dier? 

Vorm:
We maken een dier dat ruimte doorstekend is, het dier is transparant. Ook wordt het dier drie dimensionaal. Het dier moet in elkaar worden gezet zonder lijm of plakband en hij moet zelfstandig rechtop kunnen staan.  

Materiaal/techniek: 
De materialen die mogen worden gebruikt bij het maken van de Bozbezbozzel zijn:
-          Karton
-          Zwart papier
-          Wit papier
-          Scharen
-          Prikpennen
-          Prikmatjes
-          Stanleymessen (optioneel)
-          Snijmatjes (optioneel)

Karton, zwart- en wit papier moeten in ieder geval voorkomen in de Bozbezbozzel. In mijn stageklas maak ik geen gebruik van stanleymessen. De kinderen hebben hier namelijk niet eerder mee gewerkt.
De techniek waarmee ik de kinderen ga laten werken is de gleuftechniek. Dit is een techniek om  verbindingen te maken zonder gebruik van lijm, plakband, etc. Ik laat deze verbinding aan de kinderen zien door middel van een voorbeeld, hierna geef ik uitleg over de verbinding.  

Beschouwing:
Na mijn uitleg laat ik de gehele les een powerpoint-presentatie zien met samengestelde dieren. Dit kan inspirerend zijn voor het project van de kinderen.
Ook hebben de kinderen foto’s mee die ze zelf hebben moeten opzoeken. Ze brengen of allemaal twee foto’s mee, elk van verschillende dieren, of ze maken een collage.
De kinderen gebruiken hun foto’s en hun collages als inspiratie bron voor hun eigen beest. Ze kunnen hun project namaken van de foto’s of ter plekke zelf een dier bedenken. 

Werkwijze:
Ik reserveer twee Beeldende vorming lessen voor dit project. De kinderen werken in dezelfde tweetallen in de twee lessen aan de opdracht. De eerste les gaat voornamelijk over het oriënteren, het bedenken van het dier, het opstellen van een werkplan en het maken van een taakverdeling. De tweede les wil ik dat de kinderen echt aan de slag gaan met het dier en het dier aan elkaar presenteren.

Onderzoek:
Tijdens de lessen observeer ik de kinderen. Ik bekijk hun werkplan, hun werkwijze, hun samenwerking en of het project soepel verloopt. De samenwerking vind ik het belangrijkst bij deze opdracht.
Ik houd in de gaten of de kinderen actief werken aan de opdracht en of beide leerlingen evenveel bijdragen aan het resultaat.
Echter is het resultaat bij deze opdracht niet het belangrijkste. De weg ernaartoe, door middel van de planning en het werkplan, maar vooral dus de samenwerking, vind ik veel belangrijker. 

2. Lesopbouw

Oriëntatie:
  •  Introductie,
Ik projecteer het gedicht ‘De Bozbezbozzel’ door Cees Buddingh, op het bord. Ik laat de kinderen het strofe voor strofe voorlezen. Hierna bespreek ik het met de klas. Ik doe dat door de volgende vragen te stellen:

Wat is een Bozbezbozzel?
Hoe ziet het dier er volgens jullie uit?
Wat zegt het gedicht eigenlijk allemaal?
Zal dit dier echt bestaan? 
  •          Informatie
Ik vertel dat we vandaag zelf Bozbezbozzels gaan maken. De kinderen pakken hun collages en foto’s erbij. Ik laat ze de foto’s goed bekijken en ze hebben even de tijd om er zelf een fantasiedier van te maken in gedachten.
Hierna maken de kinderen tweetallen. Wanneer de tweetallen zijn gevormd gaan de kinderen bij elkaar zitten.
  •   Instructie
Ik vertel dat de Bozbezbozzel die de kinderen gaan maken van karton en van zwart en wit papier moet zijn. Het beest wordt transparant en ruimte doorstekend. Hierbij leg ik uit dat ik bedoel dat je door het dier heen moet kunnen kijken. Dit kan je doen door bijvoorbeeld vleugeltjes en veertjes te maken. Ik laat zien hoe ik dat bij mijn Bozbezbozzel heb gedaan. Bij het voorbeeld vertel ik ook dat hierdoor de textuur van de huid veel beter zichtbaar wordt en dat de kinderen ook bij hun project na moeten denken over hoe zij de huid van hun dier gaan vormgeven. Hierbij laat ik afbeeldingen zien van verschillende huidstructuren. Hierna vertel ik dat het dier drie dimensionaal moet zijn. Ik vraag of de kinderen weten wat dat betekent.

Vervolgens herhaal ik de gleufconstructie en herhaal ik meerdere malen dat er geen lijm of plakband mag worden gebruikt.
Ik vertel dat we twee lessen aan dit project gaan werken. De eerste les staat in het teken van het maken van een werkplan en het uitwerken van een idee.
De tweede les wordt er alleen maar aan het handvaardige deel van de opdracht tijd besteed. 

  • Begeleiding:
Na mijn instructie gaan de leerlingen aan het werk. Ik loop langs de verschillende groepjes en help de kinderen op weg. Mijn doel van les één is het zorgen dat elk kind weet wat ze gaan maken en hoe ze dat aan gaan pakken. Ik wil weten welke dieren er worden gebruikt en hoe deze terug te zien zijn in het eind project. Ook wil ik een taakverdeling zien.

De tweede les is mijn houding als leerkracht veel passiever. Ik observeer de kinderen en zorg ervoor dat beide kleuren papier en het karton wordt gebruikt. Ik geef alle groepjes tips en probeer de kinderen te blijven motiveren. 

  • Afronding:
Bij de afronding wil ik dat de kinderen iets kunnen vertellen over hun dier. Ik deel elk tweetal in bij een tafel en zij zetten hun dier hierop. Vervolgens laat ik de kinderen hun dier aan elkaar presenteren door middel van een expositie.
De expositie bestaat uit twee rondes. Per ronde loopt één leerling van het tweetal door het lokaal heen en bekijkt de dieren van hun klasgenoten. De andere leerling blijft bij het eigen dier staan en vertelt hoe de samenwerking ging, welke dieren ze hebben gebruikt en hoe ze samen te werk zijn gegaan. Na enkele minuten wisselen de leerlingen om van taak. 
Op deze manier kunnen alle kinderen laten zien wat ze van de opdracht hebben opgestoken en zien de leerlingen het meest van de resultaten van hun klasgenoten. 


En tenslotte het resultaat van mijn eigen Bozbezbozzel. 


Gemaakt door Vera en Lisanne

Duidelijk voorbeeld van drie dimensionaal beeld en een ruimte doorstekend figuur. 
Een goed voorbeeld van een structuur die aangebracht kan worden op het figuur
Nog een voorbeeld van structuur en van een manier om een staart te maken.    
Een voorbeeld van een staart die is vast gemaakt door middel van de gleuftechniek
Bedankt voor het lezen van deze post!
Liefs, 
Lisanne 

donderdag 29 september 2016

Grafische partituur 'Jungle;

Dit is mijn grafische partituur over de Jungle.


Uitleg van de grafische partituur

Een grafische partituur is een tekening waarin klanken worden verduidelijkt. Kinderen leren spelen met klanken en klankverschillen als toonhoogte, hard-zacht, lang- kort, etc.
De grafische partituur die ik heb gemaakt gaat over dieren en dingen die in de jungle aanwezig zijn.

De letters die rood zijn worden het hardst uitgesproken, De letters die blauw zijn iets zachter, en de letters die groen zijn het zachtste. Bij de woorden die geheel één kleur zijn is er geen verschil in volume.
De grafische partituur is geschikt voor de onderbouw. Wanneer je de partituur samen neemt met de onderstaande opdracht kan ook de bovenbouw hier mee aan de slag.

De partituur is geschikt voor de onderbouw omdat de klanken herkenbaar zijn voor jonge leerlingen. Zij kunnen de geluiden maken en zullen hier weinig moeite mee hebben.

De grafische partituur 

Uitleg van de opdracht

Na het maken van de tekening heb ik hier een opdracht aan verbonden. Ik deel de klas in twee groepen op. Groep 1 maakt de geluiden die in regel één staan, en groep 2 maakt tegelijkertijd de geluiden die in regel twee staan.
Hier heb ik ook de tekeningen in woorden uitgeschreven met de bijbehorende kleurverschillen. Zo is het makkelijker om te begrijpen welk geluid er gemaakt moet worden.

Voor wie is de opdracht geschikt? 

De partituur en de opdracht samen zijn geschikt voor de bovenbouw. Dit omdat de kinderen worden uitgedaagd de simpelere klanken samen te nemen met lastigere klanken. Ook maken de kinderen kennis met herhalingen en leren de kinderen dat er klanken door elkaar kunnen worden gemaakt. 
De uitdaging is dat kinderen focus moeten houden bij hun eigen zang en ze moeten leren dat ze niet worden afgeleidt door de andere groep. 
De opdracht 

Feedback:

Ik heb feedback gevraagd aan mijn muziek docente Nanda. Dit deed ik na het maken van de grafische partituur. Zij gaf mij aan dat de partituur alleen niet geschikt is voor de bovenbouw. De tekeningen zijn te makkelijk en ik kan er geen les mee vullen. Zij gaf mij de tip om er een opdracht bij te maken waarbij de kinderen worden uitgedaagd.
Na deze feedback ben ik begonnen met het maken van een opdracht waarbij de kinderen gelijkertijd verschillende klanken op verschillende manieren moeten zingen.

Liefs,


Lisanne 

maandag 19 september 2016

Tekenen met Oost Indische inkt en Ecoline

Reflectieformulier

Betekenis

Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt en vertel daarbij je associaties. 

De opdracht was om een angstaanjagend monster te creëren op een ansichtkaart.

Bij een griezelig monster denk ik gelijk aan grote tanden, lange nagels, donker, niet aaibaar, een enge blik in de ogen en een erg groot figuur.

Ik heb geprobeerd al mijn associaties toe te voegen in mijn tekening en zo een 'eng' monster te tekenen. 

Vorm 

Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. 

Mijn tekening is gemaakt vanuit kikker perspectief. Dit is misschien een beetje lastig te zien, maar de bedoeling was dat het lijkt alsof mijn monster naar voren gebogen staat en iets over je heen hangt. 

Om mijn monster eng te maken heb ik geprobeerd verschillende texturen te tekenen. Zo heb ik door het slangen motief op de kop ban mijn monster hem niet zacht laten lijken, maar juist extra griezelig, Ook door de grote tanden en de boze ogen vind ik mijn monster eng.
Als eerst heb ik mijn monster getekend met Oost Indische inkt. Hierna ben ik met Ecoline in de kleuren rood, groen, geel en blauw over mijn monster heen gegaan. 
Doordat ik de kleuren op de achtergrond in elkaar over heb laten lopen wordt de tekening mysterieus. 

Materie 

Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je nog andere materialen willen gebruiken?
- Papier 
- Potlood
- Oost Indische inkt
- Kroontjespennen om met de Oost Indische inkt te schrijven
- Verschillende kleuren Ecoline
- Dun kwastje 
- Water 

Ik vond het fijne materialen om mee te werken. Wel was het wennen om met een kroontjespen te werken, er ontstonden namelijk snel grote druppels inkt. 


Beschouwing

Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor geet voor het werken met het materiaal en de techniek? 

Ik heb gebruik gemaakt van verschillende plaatjes van monsters. Toen ik op www.google.nl monsters intikte kwamen er verschillende leuke en griezelige monsters naar voren. Voornamelijk vond ik hele schattige monsters. Ik heb van meerdere monsters een kenmerk gebruikt in mijn tekening. Omdat ik wilde dat mijn tekening ook eng werd, ben ik verder gaan kijken naar echte foto's in plaats van plaatjes. Door deze zoekopdracht kwam ik bij monsters uit films terecht. 
Afbeeldingsresultaat voor monster eng Afbeeldingsresultaat voor monster eng

Werkwijze 

Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?

Ik heb vaker gewerkt met Oost-Indische inkt en een kroontjespen. Dit was echter toen ik zelf nog op de basisschool zat. Veel kan ik me niet van herinneren van wat ik toen moest maken. Wel weet ik nog dat ik het een hele leuke opdracht vond.
Wat ik lastig vond aan de inkt was dat het snel druppelde. Ik wilde voorkomen dat er druppels op mijn tekening kwamen, maar helaas is dit niet gelukt. Er kwam een druppel op maar deze heb ik zodanig verwerkt dat hij niet meer opvalt.
Met Ecoline had ik nog nooit gewerkt. Ik vond het lastig om hier de juiste hoeveelheid van te gebruiken. 

Onderzoek 

Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in het werkproces hebt gezet. Welke keuzes je hebt gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?

Als eerste ben ik begonnen met het maken van een schets

Aan deze schets heb ik enge details toegevoegd, zoals tanden en stekels. 

Hierna ben ik begonnen met de Oost Indische inkt. Ik ben gestart met een schubben motief op de kop van het monster. 

Nadat ik klaar was met de schubben, liet ik een druppel inkt vallen op mijn tekening. Ik heb hier twee neusgaten van gemaakt. 


Vervolgens heb ik mijn monster verder aangevuld met verschillende motiefjes. 

Hierna heb ik met Ecoline op een oefenblaadje verschillende kleuren getest en hoe deze in elkaar over zullen lopen.
Ik heb hierna mijn hele monster ingekleurd met verschillende kleuren Ecoline. Ook heb ik de achtergrond geschilderd. 


En dit is het eindresultaat!

Wat ging er goed?

Ik vind de verschillende patronen en motieven in mijn monster erg goed gelukt. Hij ziet er totaal niet aaibaar uit. Ook vind ik de overlap van de kleuren Ecoline goed gelukt. Het geeft een erg bijzonder effect op de achtergrond. 

Wat kan er beter?

De volgende keer kan ik mijn monster enger maker door donkerdere kleuren te gebruiken en meer enge details toe te voegen. 

Een stadspark in herfstsferen

Betekenis

Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt en vertel hierbij je associaties die je hebt met het onderwerp. 

De associaties die ik heb met de herfst zijn voornamelijk wandelingen door het bos en het kijken naar de verschillende kleuren blaadjes. Ikzelf woon tegenover een weiland met veel fruitbomen. In de herfst zie ik alle blaadjes veranderen van groen naar oranje, geel, rood en bruin. Prachtig vind ik dat! 

Deze associatie heb ik in mijn tekening verwerkt door vooral nadruk te leggen op de verschillende kleuren van de herfst. 

Vorm 

Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. Waar in het werk is dat goed te zien?

Bij mijn tekening heb ik gekozen voor het mens-perspectief. Je bekijkt de tekening uit de ogen van de mens. 
Ook heb ik gebruik gemaakt van verschillende technieken om diepte te creëren. Namelijk:
- Verschillen in grote
- Bij de achterste bomen heb ik minder details toegevoegd dan bij de voorste bomen
- De bladerdakken van mijn bomen overlappen elkaar

Door het gebruik van deze technieken is de diepte in mijn tekening goed zichtbaar geworden. 

Naast diepte zie je bij mijn tekening veel verschillen in kleur. Zo heb ik gekeken naar waar ik de zon vandaan wilde laten schijnen. Nadat dit bepaald was, heb ik schaduwen en slagschaduwen geverfd. 

Materie

Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je nog andere materialen of gereedschappen willen gebruiken en zo ja waarom?

Ik heb de volgende materialen gebruikt:
- Dik vel papier
- Dun potlood
- Liniaal
- Dikke kwast
- Dunne kwast
- Potje water
- Verf in de primaire kleuren
- Witte verf
- Mengbakje 

Ik had het fijn gevonden als er ook gebruik gemaakt kon worden van sponsjes, Dit omdat ik vind dat je door middel van een sponsje mooie overlap kan creëren in kleuren. 


Beschouwing

Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je op goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor gezet voor het werken met het materiaal en de techniek?

Om inspiratie op te doen voor deze opdracht heb ik gekeken naar heel veel verschillende plaatjes op het internet. Ook heb ik oude foto's bekeken waarop bomen te zien zijn in herfstkleuren. Door het kijken naar de verschillende plaatjes, kwam ik erachter dat ik graag een foto wilde waarop alle herfstkleuren goed te zien zouden zijn.

Ook heb ik gelezen in het boek 'Laat maar zien - Jos van Onna, Anky Jacobse' over de verschillende beeldaspecten. Het boek gaf mij duidelijke informatie over ruimte, kleur, vorm en texturen. 

Door de informatie die we hebben gekregen in de les heb ik geleerd met de materialen om te gaan. Ook doordat we voorbeelden te zien kregen en persoonlijke hulp kregen ben ik begonnen met de technieken. 




Mijn inspiratie foto








Werkwijze

Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?
Ik heb vaker gewerkt met verf en de primaire kleuren. Het mengen ging hierdoor best wel goed en kreeg ik de kleuren die ik wilde hebben. Nieuw voor mij was het werken met lijnperspectief. Ik vond het erg lastig om de juiste hoofdlijnen te vinden en te bepalen waar ik mijn horizon neer moest zetten. 
Ook heb ik geleerd dat water bij verven heel belangrijk is. Zelf ben ik begonnen met te dikke verf. Te dikke verf zorgt ervoor dat de lijnen in je schilderij erg hard worden en dit is niet realistisch. Ik heb geleerd dat het beter is om heel dun te beginnen en meer laagjes te moeten schilderen dan in één keer een dekkende laag aan te brengen. 

Onderzoek

Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in werkproces hebt gezet. Welke keuzes heb je gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?


                                          Als eerste heb ik horizonlijnen getrokken en de verticale lijnen gezet                                                        







                                                                       Hierna heb ik de schets verder uitgewerkt.                                                                                                                                               
Vervolgens ben ik begonnen met het invullen van de bomen. Door de verf te mengen met veel water werden de kleuren erg licht en kon ik de schaduwen duidelijk maken

Nadat ik de boomstammen af had ben ik begonnen met het mengen van rood en geel. Met de grote kwast ben ik dit deppend aan gaan brengen op mijn schilderij. 

Door verschillen te maken ik kleuren komen de herfstkleuren goed naar voren en wordt de diepte duidelijker. Ook op het grondvlak is nu te zien welke plekken in de zon staan en welke niet. 

Hier ben ik mee door gegaan en zo heb ik het gehele grondvlak ook gekleurd gekregen. Daarna ben ik begonnen met de slagschaduwen van de bomen. Door deze donkerder te verven komen deze duidelijk naar voren. 

                                                                                      En dit is het eindresultaat                                                                      

Wat vind je geslaagd?

Ik vind de kleurverschillen in mijn tekening goed gelukt. Mijn tekening geeft duidelijk de herfst weer. Ook vind ik mijn bladerdak erg realistisch. 


Wat kon beter?

Ik vind het bankje en het pad op mijn tekening minder goed gelukt. Het bankje was te gedetailleerd om duidelijk in beeld te zetten. Ook is mijn pad een beetje in het niks verdwenen.    



dinsdag 6 september 2016

Welkom op mijn webblog!

Hoi!
Welkom op de pagina van mijn blog. Ik ben Lisanne Severs en ben een studente aan de Pabo van de Hogeschool in Utrecht. Ik ben 17 jaar oud en woon in Culemborg.
Naast mijn studie sport ik graag. De sport die ik speel is basketbal. Samen met een heel gezellig team train ik twee keer in de week en spelen we wekelijks een wedstrijd. Ook doe ik graag veel gezellige dingen met vrienden en vriendinnen.
Op deze pagina plaats ik opdrachten van school en mogelijk andere dingen. :)
Hopelijk vinden jullie het leuk om mijn avonturen te lezen en er mogelijk ideeën uit op te doen.
Liefs,
Lisanne